luisteren naar het wetend hart

paul horbach



paulhorbach@gmail.com

over barmhartigheid

Barmhartigheid

Zachtmoedigheid en hardvochtigheid

(On)ware naastenliefde

Ruimte en tederheid

De onderstaande stuksjes schreef ik voor het blad Samen en diverse andere blaadjes

14 Navolging

Christus is Zoon van God, omdat Hij gekwetste mensen dicht bij God bracht zodat ze weer moed kregen hun leven op zich te nemen. Blinden, doven, verlamden worden door Zijn aanraking genezen. Letterlijk, maar ook genezen van ‘God niet meer zien’,  ‘God niet meer horen’, ‘God ontkennen’. Door de Zoon van God ontstaat een doorbraak in ‘uitzichtloze’ situaties. Van ons wordt gevraagd Hem na te volgen! Onmogelijk? Het Open Huis is misschien een plaats waarin onopgemerkt doorbraakontmoeting kan gebeuren. Niet dat de vrijwilliger dat zelf bewerkstelligt, dat zou hoogmoed zijn. We proberen wel Zijn instrument te zijn. Zo trachten we de dolende gast te zien in zijn zoeken, in zijn vastlopen en wanhoop zonder hem te veroordelen. We hopen hem te bemoedigen, want nooit is hij verloren of van geen waarde. Hij is kind van God, een unieke leven waarin God zich uitdrukt. Maatschappelijk wordt zo iemand gauw als hopeloos geval  beschouwd. Als je in mensen blijft geloven, niet omdat je het zelf wilt, maar omdat je daartoe de kracht ontvangt, ben je een ruimte die met God te maken heeft. De bereidheid om die ruimte in te gaan, is navolging van Christus. In die ruimte worden de ander én jijzelf aangeraakt, en dat is begin van (beider) genezing.  Overal waar mensen verder gaan, ofschoon ze eigenlijk niet meer kunnen, in de hoop op een wonder, raken we aan de eeuwige werkelijkheid. Wat dan ‘spreekt’ is geen spectaculair gebeuren, maar de stem van bijna zwijgen. God spreekt zachtjes.   Paul okt. 2014

13. Waarom?

Als gastheer kom je veel leed, verdriet, wanhoop en boosheid tegen. Daar raak je niet aan gewend. Elke keer is het een spiegel waarin de indringende vraag ‘WAAROM?’ gelezen wordt. Waarom ben ik gastheer en hij gast? Waarom zij asielzoekster  en zij gesetteld met eigen huis en tuin? Waarom de een psychisch ziek, de ander ogenschijnlijk zo lichamelijk gezond?  Alle verklaringen hiervoor lopen mank, ze voldoen niet omdat we het niet weten. Onze kennis is uiterst beperkt, geeft alleen wat licht op de meest directe causale verbanden.  Opvattingen waar we elkaar mee om de oren slaan, zijn hoogmoedig, zeker als we deze voor de enige waarheid houden. Het is ijdel gepraat. Eigenlijk zijn, hoe paradoxaal het ook klinkt, alle opvattingen wel een beetje waar, maar geven bij elkaar nog lang niet het antwoord op Waarom?  Dat antwoord is in een mysterie verborgen, en wordt niet gevonden in de uiterlijkheid van dit leven. Ieders leven komt uit het mysterie voort en verdwijnt daar weer in. Als we dit beseffen, worden we nederig, vertrouwen we minder op eigen inzicht, gaan we meer aanvaarden, minder oordelen en discrimineren. Terwijl ik de waaromvraag overpeins, komt het mailbericht van Loes, onze coördinator, dat Marijke en Jelle door een vreselijk auto-ongeluk om het leven zijn gekomen. Dat komt als een schok binnen, en dan staat de tijd letterlijk even stil. Marijke poetste de Catharinakerk, de ontmoetingsruimte van het Open Huis, de WC’s. Moeilijk werk, want we laten een troep achter zonder er bij stil te staan, en dan die WC’s! De schoonmaakster is even belangrijk als de koster, de gastvrouw, de pastoor of dominee. We kunnen niet zonder elkaar, hoewel dat in elkaars waardering dikwijls niet blijkt. Marijke was 42 jaar jong, met geen gemakkelijk leven en al enigszins erdoor getekend. Jelle een leuke jongen van 10 jaar. Hij kwam in de vakanties met Marijke mee. Las dan boekjes, ik herinner me Suske en Wiske. Jelle kwam kwetsbaar en gevoelig over, en was zoals elk kind blij met even aandacht, met even echt gezien worden. Nu zijn ze niet meer hier. Uit dit leven met al die ‘waarom-toch’ vragen weggestorven, geboren in een andere tijdloze wereld die we hemel noemen. Daar weten zij nu alle antwoorden op hun waarom-vragen, het waarom van hun verdriet en moeilijkheden, van hun contacten met anderen, van al de blije momenten die er ook waren. En nu ze samen alles weten, het mysterie van hun leven begrijpen, bid ik dat ze samen daar gelukkig zijn. Misschien dat ze ons vanuit de tijdloze hemel al helpen met ons onwetend en goedbedoeld gestuntel. Wie zal het zeggen, we weten het niet, wel dat onze inspiratie er niet zomaar is. Paul Horbach, juni 2014

12 ‘De ene mens heeft recht op de andere mens’

Onlangs las ik opnieuw dit citaat van Albert Schweitzer. Het raakte me meteen. Een bittere waarheid is erin vervat. Leven zonder een ander is werkelijk onmogelijk. Stelt u zich dat maar eens voor. En het is uiterst verdrietig dat het helaas veel voor komt dat een (mede) mens leeft zonder de nabijheid van een ander. Overal, in alle sociale groepen. Zeker als je uitgestotene bent als dakloze, als iemand met ‘vreemde’ psychische kenmerken, als verslaafde, dan kun je wel enkele mensen gebruiken die voor je open staan, die er als ànder mens voor je zijn. Maar ook als je hulpbehoevend bent, ziek en misschien daardoor eenzaam. Emmanuel Levinas en Martin Buber werken deze grondwaarheid uit in hun dialogische ‘filosofie’. Levinas heeft het over ‘verantwoordelijkheid voor èn door de ander’. Martin Buber spreekt over ‘ik-gij relatie’, wat in wezen op hetzelfde neerkomt. Menselijk leven komt tot vervulling in de heilige intermenselijke relatie die het nuttigheidsniveau overstijgt. Dus waarin reductie van de ander tot object, tot een ‘het’ afwezig is. Onszelf kennend, weten we dat we zo’n persoonsrelatie niet zelf kunnen bewerkstellingen. Ze vloeit voort uit de genade van de Ander of het Gij waarvan alle gij’s uitdrukking zijn. De bron is God. We kunnen echter wel proberen voor die genade ontvankelijk te zijn. Op tal van plaatsen en bijna altijd op kleine schaal, zijn mensen zo levenvervullend bezig, dikwijls in vrijwilligersverband. Hopelijk kan de commissie Solidariteit van de Augustijnenkerk rond de ‘eigen’ gemeenschap daartoe voorwaarden scheppen.Als filosoof heeft Schweitzer niet de aandacht gekregen die hij mijns inziens verdient. Ik vraag me af of de joodse filosofen Levinas en Buber van de christen Albert Schweitzer (hij was arts en dominee) gehoord hebben. Dat moet haast wel. Het bijzondere van Schweitzer is dat hij zijn levenswijsheid ook daadwerkelijk in de praktijk bracht. Voor mij is hij daarom een voorbeeld van onbaatzuchtig ‘er zijn voor de ander’ met name voor de kansarme ander en bovendien voor àl wat leeft. Eens had Schweitzer een mystieke ervaring op een rivierschip dichtbij ‘zijn’ ziekenhuis in Lambaréné (Gabon). Hij schouwde vissen in het water, vogels in de lucht, bomen en bloemen aan oevers als één totaliteit. Hij vatte zijn ervaring aldus samen “ik ben leven dat leven wil te midden van leven dat leven wil” Het citaat ‘de ene mens heeft recht op de andere mens’ past hier naadloos bij. Dat recht is natuurlijk geen juridisch recht, maar wezensnoodzaak waar de wezensplicht uit voortkomt anderen in je leven werkelijk toe te laten. Een hele opgave! Als we bovendien gaan inzien dat ook planten en dieren tot leven behoren en dus ‘recht’ op ons leven hebben, komt een nieuwe aarde dichterbij.Dat iedereen daar op zijn of haar wijze een beetje aan bijdraagt, dat is mijn nieuwjaarswens 2014. Paul Horbach, jan. 2014

11. Zachtmoedigheid                                                     We vergeten vaak dat jij en ik zoveel meer zijn dan ‘objectieve’ buitenkant. Onze binnenkant is de dimensie van het hart, van ons diepste verlangen op geluk ‘thuis- te- zijn’, van stilte, van aangeraakt worden door Liefde, door God, soms. Ik noem het de ruimte van de ziel die zo intiem verbonden is met de buitenkant van ieders leven. De buitenkant is onze persoonlijkheid, ieders lichamelijke en sociaal- psychologische identiteit.Door ons ‘druk zijn’ vervaagt de ervaring van onze gelaagdheid, soms zo sterk dat het niet meer aanwezig lijkt te zijn.En zo beoordelen we elkaar naar uiterlijkheid. Uiterlijk contact lijkt norm te worden. In het Open Huis leer je dat je naar de ander niet zachtmoedig genoeg kunt zijn. Zachtmoedigheid is niet willen en kunnen oordelen vanwege de grondervaring dat hij en ik, zo verschillend als persoonlijkheid, op ‘dieper’ niveau zielsgenoten zijn, van dezelfde oorsprong, beiden terug verlangend naar die oorsprong, naar ‘thuis komen’.‘Heb je naaste lief als je zelf’ verwijst hiernaar.Dit ‘gebod’ klinkt op persoonlijkheidsniveau absurd. De naaste bedreigt jou in het bestaan, houdt zich niet aan afgesproken regels en ethische normen die zorgen voor ‘gewapende vrede’ binnen jouw sociale leefverbanden. De naaste is eigenlijk je vijand, die jouw persoonlijkheid potentieel bedreigt, waar je je tegen moet wapenen.‘God liefhebben’ is nog wel te begrijpen, zeker als je gelovig bent, maar je naaste? In het Hebreeuws is het woord voor ‘naaste’ verwant met het woord voor ‘kwaad’. Heb juist die kwade vijand lief, wees zachtmoedig, oordeel hem niet, ervaar dat alles wat zich hier van hem en jou toont fragmentarisch is, slechts een gemanifesteerd deel van wat elke mens in totaliteit is.Hardvochtigheid heeft geen plaats in een menselijke ontmoeting met je naaste. Hardvochtigheid betekent immers dat je naar uiterlijk gedrag en voorkomen oordeelt, gebruik maakt van regels met als doel jouw domein te beschermen. Hardvochtigheid is reductie van de ander tot datgene wat van hem zichtbaar is. Je projecteert je onlustgevoelens, je angsten, je dwang op die ander. Hoe subtiel ook. Door  regels en jouw normen dwing je de ander zich uiterlijk te tonen op door jou gewenste wijze. Dit maakt ontmoeting met de ander voorwaardelijk. Uiterlijk wordt een veilige context vastgesteld, maar deze verhindert relatie op zielsniveau die zich nu eenmaal in vrijheid wil uitdrukken. De liefdevolle mens is daarom de zachtmoedige, want hij ontmoet de ander vanuit het hart en is open voor het verborgen geheim van de ander ‘achter’ zijn persoonlijkheid. De hardvochtige mens is niet slecht, maar hij ontmoet de ander op het niveau van de persoonlijkheid, waardoor de kans op ‘bevrijdend’ zielscontact klein is.Dat het Open Huis een oase van zachtmoedigheid mag zijn! Paul Horbach, gastheer Open Huis Cathrien, maart 2014

10 Kerstboodschap van een engel

Kerstmis, al weer jaren geleden. Koud weer, ijskoude wind.Ik moest naar Utrecht, vroeg op kerstochtend. Het perron was nog verlaten. Op een bankje zat een dakloze. Dat het een dakloze was zag ik aan hoe hij er uitzag. Hij wachtte niet op de trein, maar zat diep ineengedoken op een bankje. Hoofd bijna op de knieën. Twee grote plastic tassen naast hem. Het was koud en ik huiverde. Ik ging op een lege bank zitten zonder wat te zeggen. Ik had voor mezelf besloten dat daklozen gewoon graag alleen zijn. Die moet je met rust laten. Die zijn het liefst alleen. Hete koffie uit een bekertje  verwarmde me.Opeens hoorde ik het geratel van wieltjes en het getik van hakken. Ik keek. Een vrouw. Dure zwarte laarzen, jas met bontrand, muts beetje scheef op mooie zwarte haren. In de ene hand een koffer met ratelwieltjes en in de andere hand een beker koffie. Een jaar of dertig. Open gezicht. Ik knikte en kreeg een vriendelijk knikje terug. Ik keek haar na aangeraakt door schoonheid. Open en aandachtig. Ik zag dat de dakloze zijn hoofd oprichtte. Schoonheid doet wonderen! Ze stopte abrupt bij de dakloze. “lust je koffie?”vroeg ze. “Hij is warm”. Zonder een woord te zeggen stak de zwerver zijn hand uit. Hand nabij hand. De koffie verwisselde van eigenaar, woordloos. Toen ratelden de wieltjes verder. Een engel was uit de hemel neergedaald. Ik werd stil van binnen en ontving een hemelse boodschap. Vrede is: doe goed en kijk niet om. ‘Gewoon’ goed doen om niet. Die boodschap werd onuitwisbaar in mijn hart gegrift.  Maar daadwerkelijk ernaar luisteren, dàt is het probleem. Paul Horbach, dec 2013

9. Ongewoon gewoon

`ik ontvang gasten in het Open Huis zoals ik mijn buren op de koffie thuis ontvang` merkte een gastvrouw eens op. Een eenvoudige mededeling over eenvoudige medemenselijkheid. Heel gewoon en toch ongewoon. De situatie waarin de ander wordt ontvangen is immers zo geheel anders dan die van je eigen huis en woonkamer. Wie ontvangt er immers in haar huis 20 mensen tegelijk, waaronder ook nog eens bijzondere gasten met dikwijls problematische kanten? In ons Open Huis worden mensen ontmoet die het gewone buren-, vrienden- en familiecontact missen. Het Open Huis is eigenlijk in aanvang een kunstmatig gecreëerde ontmoetingsruimte en in die zin ‘ongewoon’. Maar in de 25 jaar van haar bestaan is de ontmoetingsruimte ‘gewoon’ geworden, voor de vrijwilligers en ook voor een vaste groep gasten. Uit de terloopse opmerking van de gastvrouw blijkt hoe gewoon voor haar de aandacht, zorg en de liefde voor de bezoekers is geworden. En dat geldt voor heel wat vrijwilligers. Het is geen kwestie meer van bewust goed doen of van deugdzaam willen handelen. Het is medemenselijkheid die verinnerlijkt is en daarom gewoon en vanzelfsprekend zonder erbij stil te staan. Eigenlijk kun je gewoon niet anders en is er ook geen sprake van verdienste of iets dergelijks.Ik moet hier denken aan de Franciscus van Assisi, die al eeuwenlang voor velen een inspiratiebron was en is. Franciscus’ leven is navolging van Christus. En zijn persoonlijke vertolking ervan is die van bezitloosheid, van nederigheid en van dienstbaarheid aan de naasten, ja aan heel de schepping. Armoede betekent voor Franciscus niet alleen afzien van materieel bezit, maar ook zich ‘zijn’ goede daden niet toeëigenen.  Al wat goed is komt uit God. Het mooie en goede in de wereld en het goede dat wij mensen soms doen, is niet 'van hier', het is niet iets wat van en uit onszelf komt. Goede daden zijn voor Fransciscus niet het werk van een goed mens, maar van Godskrachten die in mensen, zoals misschien ook in onze vrijwilligers, werkzaam zijn. Deugden zijn geen menselijke karaktertrekken, maar Gods werkzaamheid in ons. Wat er in de wereld aan goeds is en wat er aan goeds geschiedt, behoort dan ook altijd weer te worden erkend als komend 'van God' (een uiting van dankbaarheid) en als 'niet van ons' komend (een uiting van nederigheid). Met een uitdrukking van Franciscus: het goede moet aan God worden 'teruggegeven'. Dat teruggeven is de essentie van God loven en danken in het dagelijks leven. Als naastenliefde gewoon is, wordt God in en door de naastenliefde geloofd en gedankt.Het Open Huis Sint Cathrien ervaar ik als een plek waar het ‘gewoon goed is’ en dat is eigenlijk toch ook weer ongewoon. Paul Horbach, september 2013

8. Toevertrouwen.                             

Elk mens laat zich leiden door eigen waarden die houvast aan het leven geven. Dat zie je bij de ander, vooral bij jezelf. De waardenschaal van Rokeach somt die waarden op: comfortabel leven, vrede en schoonheid, familiaire geborgenheid, vrijheid en geluk, liefde en harmonie, veiligheid, plezier en genoegen, zelfrespect, sociale waardering, vriendschap, wijsheid. Je komt in een crisis als jouw waarden onderuit gehaald worden. Door ziekte, ontslag, scheiding en noem maar op. De veiligheid van het mooi afgebakende leven blijkt in een schok toch ijdel. Zo’n crisis kan bevrijdend zijn. In de crisis word je kwetsbaar, ontvankelijk, hoewel je tevens in de put bent, in benauwenis, misschien wel in een bodemloze diepte valt. Als je dan jouw roep om bevrijding in die nauwte hoort als de roep van God om je aan Hem toe te vertrouwen, dan blijkt de crisis genade. Je wordt los gemaakt van eigen waarden en opgetild in Zijn veiligheid. Dit alles vertellen de psalmen ons. Vallen gaat vooraf aan opstaan, de beweging naar omhoog is een en al dynamiek. Loslaten en omkeren.Hierover sprak ik met Frits, al jaren dakloos, gast van het Open Huis. Waarden, allemaal prachtig, maar de inhoud maken hem sarcastisch ook wel verbitterd. Hypocriet, want ’t is  allemaal op eigenbelang gericht. Mensen hebben makkelijk praten. Het koesteren van deze waarden is luxe, zei Kees. Hij kon er niets (meer?) mee. Hem ging het alleen nog maar om het dagelijks eten en een slaapplaats ergens. Schokkend om te horen. Bij Kees geen crisis. Wat voor ons crisis zou zijn, is voor hem het gewone leven geworden. Niks geen beweging. Geen vallen, en ook geen opstaan. Het vertrouwen an sich is bij Frits afwezig. Geen roepen in benauwenis, alleen overleven, de dag doorkomen. Einde gesprek.Maar het knaagt, en dan komen allerlei rechtvaardigingen: het zal wel aan hemzelf  liggen, hij heeft ervoor gekozen, instanties doen hun werk niet goed, enzovoorts. En in wegkijkende onmacht zeg je weleens: God doe er iets aan, roep toch harder! Niet ik, wij samen, nee God heeft het gedaan en moet het maar oplossen. De ultieme afschuiving van eigen verantwoordelijkheid. Wij hoeven geen antwoord te geven, maar het is alleen aan Hem. Maar in ons hart weten we toch dat dit niet klopt? Ik moet doen wat ik kan, tegen alle causale redeneringen in dat het tòch niet helpt, het maar een druppel is op de gloeiende plaat. Echter die logica doodt naastenliefde. God heeft ons en onze ‘kleine’ antwoorden nodig, en dan is het inderdaad verder aan Hem. Voor ons, zeker voor mij, heel moeilijk. Mijn waarden zitten me behoorlijk in de weg. Daadwerkelijk geloof is het blind toevertrouwen aan Liefde. Ook hier: vallen en opstaan, steeds weer. Paul Horbach, maart 2013

7 Schuilplaats

Bestaat oecumene nog? Het lijkt of deze beweging tot stilstand is gekomen. Maar toch klopt dat niet (helemaal). Aan de basis van Protestantse Gemeenten en R.K. Parochies is de oecumenische beweging niet dood, maar levend. Het Open Huis Sint Cathrien is zo’n oecumenisch initiatief dat blijft bloeien en daardoor boeien. Onze gastvrouwen en gastheren zijn van protestantse of katholieke huize en dat werkt bijzonder goed samen. Door de (kleine) verschillen in geloofsachtergrond is de religieuze dimensie voelbaar aanwezig, zonder theologische discussie of intellectuele muggenzifterij. Deze religieuze inslag is belangrijk omdat hierdoor de verbinding met de voedende Bron behouden blijft en – onopgemerkt- steeds vernieuwd wordt.  Ik ben er van overtuigd geraakt dat de oecumenische grondslag het succes van het Open Huis verklaart. Door zo samen te komen wordt eigenlijk al aan de essentie van oecumene uitdrukking gegeven. Oecumene is afgeleid van het Griekse woord Oikos (= huis) en betekent: de wereld bewoonbaar maken. Een huis kun je voor jezelf bouwen, voor je eigen mensen, voor je eigen geloofsgenoten. Maar dat is niet de wereld bewoonbaar maken. Dat kan scheiden (gaan) betekenen: wij wel, zij niet. Bouwen voor jezelf is zeker niet slecht, maar ons hart weet dat meer van ons wordt gevraagd. De wereld wordt bewoonbaar indien iedereen daarin thuis is, zich welkom weet of onderdak vindt. Zo’n huis kunnen we niet zelf bouwen, dat zou aanmatigend zijn, ook hoogmoedig:‘Tenzij de Bouwmeester bouwt, werken de bouwlieden tevergeefs’ (psalm 127). Wel kunnen we bijdragen, helpen. Steeds opnieuw ondanks de stroom ontmoedigende berichten dat het tòch niet lukt, dat het onmogelijk is. Dat vraagt heel wat: volharding, geduld, trouw, nederigheid èn geloof. Daarom sluiten zij met een wetend hart zich niet op, maar zoeken elkaar. Zij willen zich door en via de ander laten inspireren om dienstbaar te mogen zijn. Zij vormen een mensenhuis waar ook anderen welkom en thuis zijn. Dat is de kern van oecumene. Het Open Huis is zo’n kring van gastvrouwen en gastheren. Een gemeenschap die een zachte ruimte in een harde wereld uitspaart. Ruimtelijk is dat onze Ontmoetingsruimte, maar innerlijk een gemeenschap die instrument wil zijn voor Zijn handelen. Dat doet denken aan de laatste regel van psalm 2: ‘Welgelukzalig zij die bij Hem schuilen’. Ieder die daar schuilt, schuilt pas ten volle als die plaats gedeeld wordt met hen die (nog) niet schuilen. Dat dit delen verre van vanzelfsprekend is, vertelt het kerstverhaal. Voor het goddelijk kind was nergens plaats. Dat is geen sentimenteel verhaal over iets wat lang geleden gebeurde. Nee, er zijn in alle tijden ontelbare mensenkinderen, allemaal door God gewild, die hier in onze wereld geen plek vinden. Moge het Open Huis voor enkelen een schuilplaats zijn!  Paul Horbach, dec 2012

6 Ontmoeting

Kern van het Open Huis Sint Cathrien is ontmoeting, zorgzaam en zorgvuldig.Vrijwilligers ontmoeten elkaar. Vrijwilligers ontmoeten gasten. Gasten ontmoeten elkaar.Dat alles in onze Ontmoetingsruimte die we zo goedkoop kunnen huren van de Jorisparochie. Een uitnodigende ruimte voor iedereen. Als vrijwilliger is het belangrijk om bij ontmoeting stil te staan. Welke uiterlijke houding en innerlijke gesteldheid zijn voorwaarden voor een vruchtbare ontmoeting?  Zijn dat niet meditatieve houding en een welwillende gerichtheid? Het is niet nodig alsmaar te praten of met beschouwingen te troosten. Wel bijna zwijgen, zonder af te leiden, zonder de ander te onderbreken. De ander zien, daar gaat het dikwijls om. Een goedgunstige openheid schept een trillende nabijheid waarin pijn en verdriet kunnen zijn en misschien worden verzacht. De ontboezeming, de innerlijke tranen die soms uiterlijk stromen, het levensverhaal krijgen door levende belangstelling, zorg en tederheid adem, vrijheid en genezende kracht. Zo kan de ander genade vinden ‘in de ogen’ van zijn medemens. Deze genade is ‘beter dan zilver en goud’ (Spreuken 22:1). Als de genadige welwillendheid echter in de ontmoetende blik ontbreekt, is er afstand, zakelijkheid, functionaliteit. Dat voelt koud en vruchteloos. Genade vinden in de ogen van een ander is belangrijk, maar genade vinden in de ogen van God is wezenlijk. Hierom bidt elk schepsel diep in zijn ziel. Een werkelijke ontmoeting is daaraan dienstbaar en opent ruimte voor Gods Genade. Als deze heiligende ruimte in de ontmoeting wordt geopend, kun je alleen maar dankbaar zijn dat je eraan mag deelhebben.      Paul Horbach,  oktober 2012

5. Loochening

Ongeveer een jaar geleden had ik een gesprek met enkele kennissen. Het ging over van alles en nog wat. Social talk. Op een gegeven moment begon een van hen uit te vallen tegen die dak- en thuislozen, nietsnutten zijn het, opsluiten die handel. En nog meer en ergere taal.Ik reageerde niet en zei ook niets.Thuisgekomen voelde ik me rot. Ik ben nota bene gastheer van het Open Huis! Het voelde alsof ik onze gasten verloochend had, en ook mezelf. Ik moest iets doen en zocht die kennis op. Ik vertelde hem hoe ik me voelde. Er ontstond openheid waardoor ik mijn beleving naar voren kon brengen. Ik mocht vertellen dat alle mensen voor mij schepselen van God zijn. Niet alleen mensen, maar ook de dieren, de planten, mineralen. Dat God zich naar mijn overtuiging in alle mensen verlangt uit te drukken, en dat op unieke wijze. Dat wij als schepselen ten diepste kinderen van God zijn. Dat wij gewild zijn, hoe we ook uiterlijk bij elkander overkomen. Wat weten wij van elkaar en van Gods bedoelingen met ieders leven? Elk oordelen van mij, zei ik, over de ander lijkt hoogmoed, want dan weet ik het beter dan Hij/Zij die dit leven geeft en wenst. Ook dat ik door gastheer te zijn in het Open Huis steeds meer besef krijg van die wonderlijke uniekheid van ieder mens. Dat van mij gevraagd wordt die eigenheid van ieder ander te respecteren, sterker te helpen wòrden. Dat dit voor mij naastenliefde is. In de ander óók God liefhebben. En dat naastenliefde het moeilijkst is bij hem of haar die niet voldoet aan mijn normen en subjectieve waarden. Als ik die ander afwijs, wijs ik God zelf af. Hoewel mijn atheïstische kennis het zeker niet met mij eens was, luisterde hij aandachtig. Er kwam enige openheid en ook wel spijtgevoel. Hij wilde een verzoenende daad stellen en wilde een bescheiden bedrag overmaken naar het Open Huis. Ik heb hem daar niet van weerhouden. Als we elkaar weer eens ontmoeten, blijkt ons contact verdiept te zijn.God zij dank! Paul Horbach, juni 2012

4. Godsdienstigheid gevraagd!

Het ware religieuze vind je wat mij betreft niet in kerken en kathedralen, in preken van dominees of priesters of in geschriften van theologen en verlichte denkers. Je kunt religieuze kunst intens en terecht bewonderen en geestelijk aangeraakt zijn door godsdienstige plechtigheden en bijeenkomsten. Maar als je mij zou vragen: waar is godsdienst in zijn meest zuivere vorm te vinden, dan zou ik zeggen daar waar mensen daadwerkelijk, zonder bijbedoelingen de hulpbehoevende ander helpen, hem ontmoeten zonder opschik en uiterlijkheid. Waar dienst aan God dienst aan de ander wordt. Omdat die ander er is en daarom gewild door God. En dat is genoeg. Godsdienst is God tot deze wereld toegang geven door concreet handelen, door er liefdevol te zijn. Niet voor je zelf, maar voor de ander en dus voor Hem. Deze keer wil ik u iets vragen. Mijn vraag is een vraag om hulp.  Op zaterdag ‘s winters bij regen, wind en koude kunnen daklozen en andere dolenden nergens in Eindhoven iets van een thuis of schuilplaats vinden. Ze zijn uiterlijk alleen en innerlijk verlaten. En dat kan een beetje veranderen indien u de mogelijkheid en bereidheid heeft te helpen als vrijwilliger. Een paar keer, 3 uurtjes per keer. Misschien dat u dit graag samen met een bekende wilt doen. Alles is bespreekbaar. Voor sommigen van u is dit misschien een mogelijkheid om ook zó godsdienstig te zijn. Het is even wennen en vraagt overgave en vertrouwen. Maar altijd doen we het samen met ‘ervaren’ krachten en natuurlijk met Gods zegen. Dank U!  Paul Horbach, april 2012

3. Gastvrijheid, een kernwaarde

In ons Open Huis Cathrien draait alles om gastvrijheid. Vrijwilligers ontvangen gasten, staan voor hen open. Ook in flankerende activiteiten, zoals de Taizé viering op donderdag en  de Orgelgetijde op vrijdag, bidden we om kracht en inspiratie om gastvrij te kunnen zijn. Maar wat is gastvrijheid eigenlijk ? Wat gastvrijheid voor mij is gaan betekenen, wordt misschien duidelijk in de volgende ervaring. Op een ‘gewone’ dag ga ik met de bus naar het Open Huis, waar ik die ochtend dienst heb. Een ritje van een half uur, ideaal om me innerlijk voor te bereiden. Zoals altijd ontvangen wij de gasten met koffie of thee en vragen hen terughoudend hoe het gaat, proberen aan te voelen of er behoefte iets te delen. Soms gaat men daarop in, en soms ook niet. Er is geen dwang, niets hoeft. Zo tegen 11.00 uur komt een gast binnen, klaarblijkelijk voor de eerste keer. Hij is duidelijk opgegroeid in een andere (Afrikaanse) cultuur. Maar niet ik, maar hij neemt het initiatief en vraagt op een diep belangstellende manier wat mij boeit en wat mij bedroeft. Mijn eerste reactie was enige terughoudendheid. Maar door zijn eerlijke openheid week deze terughoudendheid voor een openheid ook bij mij. Nu ging de belangstelling uit naar mijn persoon, naar wat mij inspireert en raakt! Hij hielp me op bezoek te komen bij mezelf in mijn eigen (gastvrije?) huis. Wie is nu gast of gastheer? We waren beiden beide. Ik ervoer heel concreet dat werkelijke gastvrijheid elkaar te helpen is om zichzelf te openen en zichzelf ten diepste verder te ontdekken. Het gesprek bracht de ervaring dat we allebei onderweg zijn op een eigen unieke levenstocht (naar God) en dat we even elkaars tochtgenoten worden. De kern van (wederzijdse) gastvrijheid is genade.  Zo’n ontmoetend gesprek kun je niet zelf bewerkstelligen. Het overkomt je. Gastvrijheid vraagt om een gezamenlijke ‘ruimte’ waarin relatie mogelijk wordt op diep menselijk niveau waarin eigen grenzen kunnen worden opgeheven. Daarin hoef ik niet persé de initiator zijn die de touwtjes in handen heeft. Integendeel zo’n rol gaat belemmeren, het gaat niet om mij of de ander alléén. Hoewel gastvrije ontmoeting ontvangen wordt, kunnen we wel meehelpen door daartoe gunstige voorwaarden te creëren. Het Open Huis is zo’n gunstige plek. In het Open Huis kunnen we elkaar ontmoeten niet gehinderd door maatschappelijke conventies en vastliggende vooroordelen en bovendien vanuit een grondbesef dat God iedereen draagt. ‘God zij dank’ zijn er nog van deze plekken. Niet alle gesprekken in het Open Huis hebben deze diepgang. Maar de herinnering aan ‘bijzondere’ ontmoetingen werkt als kracht dóór en lijkt aan ogenschijnlijk meer ‘oppervlakkige’ contacten toch een verdiepende kleur te geven. Mijn Afrikaanse tochtgenoot ben ik daarvoor heel dankbaar. Paul Horbach, gast(heer), jan 2012

2. Vrijwilliger bij het Open Huis Cathrien                                                                     Onze vrijwilliger werkt één dagdeel per week of twee weken. De ‘ochtendploeg’, vier vrijwilligers, arriveert om 09.30. De broodmaaltijd van tussen de middag wordt voorbereid, de ontmoetingruimte ingericht, koffie- en thee gezet, bloemetjes op tafel., enz. Altijd weer bijzonder om de welkome sfeer van ‘onze’ ontmoetingsruimte te proeven.  Een kwartier voor de opening (10.30 uur) zijn we klaar en nemen even de tijd om samen wat bij te praten. Dan openen we de deur. De eerste gasten staan al te wachten, vooral bekende gezichten. Ze hebben zin in koffie of thee. Het is ook best koud buiten. Een doelgroep hebben we niet, want echt iedereen is welkom. Daklozen weten ons goed te vinden, maar ook mensen die alleenstaand of eenzaam zijn, buitenlanders. De laatste tijd steeds meer jongeren die problemen hebben. Wat zijn er toch veel mensen die in moeilijkheden geraken. Hun aantal neemt alsmaar toe!  Elke dag komen er passanten, die de kerk bekijken en bij ons even langs komen. De sfeer is ook vandaag heel goed. Wij schenken koffie en thee, stellen mensen op hun gemak, en bieden een luisterend oor aan wie dat wenst. Ons houding is die van: welkom hier, je mag zijn wie je bent, je bent waardevol niet in de laatste plaats voor God. Om misverstand te voorkomen: aan zieltjes winnen doen we niet. Deze ochtend is het druk, zo’n 30 gasten. Een wanhopige man komt binnen, een nieuwe gast. Hij blijkt geldproblemen te hebben, dreigt met gezin uit huis gezet te worden, weet niet wat te doen. Gelukkig kan een afspraak met het Steunpunt Materiële Hulpvragen worden geregeld. Hopelijk wordt hij daar geholpen. Omstreeks 11.30 uur een aangekondigd bezoek van 20 ambtenaren die een ‘dagje uit’ zijn. Achterin de Kerk informeren we hen over ons werk. Er zijn veel vragen. Fijn die belangstelling van deze jonge mensen. We worden verrast met bloemen en een ruime cheque. En dat is voor ons heel welkom! Dan sluiten we de ontmoetingsruimte even om 12.15 uur. We moeten de ruimte gaan ombouwen tot eetzaal, want om 12.45 uur begint de gezamenlijke broodmaaltijd met fruit en soms soep. In de kerk is gedurende dit half uur een bezinningsmoment. Vandaag een Taizéviering met stiltemeditatie. Dan de maaltijd. Het is gaan regenen en er zijn meer eters (28) dan verwacht. Gauw brood bijmaken en een extra tafel gereed zetten. We beginnen met even stil te zijn en dan kan er gegeten worden. De sfeer is opgewekt en er is zo te horen voldoende gespreksstof. Om 13.30 uur, na de maaltijd, neemt de ‘middagploeg’ onze dienst over. We praten even na, vullen het logboek in en gaan naar huis.Een beetje moe, maar ook voldaan.               Paul Horbach, dec 2011

1. OPEN HUIS 25 jaar. 

Het Open Huis Sint Cathrien bestaat dit jaar 25 jaar! Velen weten het OPEN HUIS in het bijgebouw van de Catharinakerk in het centrum van Eindhoven te vinden. Zij drinken er koffie of thee in een huiselijke sfeer van warmte en rust, eten samen, hebben contact met de gastvrouw of gastheer. Niets móet, de gast kan zijn zoals hij of zij is. Vorig jaar waren er ruim 6000 gasten. Na 25 jaar blijkt het OPEN HUIS in een helaas groeiende behoefte voorziet. De gasten komen uit binnen- en buitenland. In 1986 werd het Open Huis als oecumenisch initiatief gestart door de Reformatorische Kerk en de Binnenstadsparochie. De oorspronkelijke opzet is nauwelijks veranderd. De kern was en is  ‘gewoon’ open staan voor de medemens. Echte ontmoeting is een contact op innerlijk niveau. Een vrijwilliger drukte dat als volgt uit ‘in de gesprekken met de gasten ervaar ik de aanwezigheid van God en dat vult mij met dankbaarheid’. Niet al onze gesprekken hebben deze diepgang, maar de ruim 40 vrijwilligers zijn daar open voor. Zij bieden warme medemenselijke nabijheid. Het is naastenliefde in praktijk. Onze intermenselijke benadering draagt, hopen we, er toe bij dat gasten zich bevestigd weten in hun waardevol mens-zijn. We willen graag mensen met open armen en oren en vooral met een warm hart ontvangen. Het jubileum zelf vieren we sober. Er is voor genodigden een oecumenische dankviering. De gasten  worden extra verwend in de feestelijk aangeklede Ontmoetingsruimte. Achter in de Catharinakerk geeft een expositie een indruk van de activiteiten van het OPEN HUIS. Paul Horbach, okt 2011

0. Onze mensvisie

In onze mensvisie is ieder mens uniek en gewild door God. We vertrouwen erop dat God in het leven van elk mens wil ‘spreken’. Niemand kent van een ander diens waarheid en Gods bedoeling met hem. Daarom gaan we niet voor een ander staan om hem te beleren. We willen de ander, ook in zijn moeilijkheden, zo ontmoeten dat hij daardoor bemoedigd wordt zich te tonen zoals hij in wezen is. Voor ieder mens is het belangrijk zijn onvervangbaarheid en unieke waarde te beleven. We willen niet als wetenden helpen. Hulp door mensen die ‘alles weten’ achten we belemmerend voor de ander.In de ontmoeting betrachten wij geduld en geven we de ander ruimte om zich uit te spreken. We beseffen daarbij dat we de weg van de ander niet kennen. Het enige wat we proberen te doen, is met de ander mee te gaan waarheen hij zelf wil om thuis te komen. Daarom bieden we de ontmoetingsruimte aan als een mogelijkheid van (even) thuis-zijn. Iedereen heeft in uren van wanhoop, verdriet, uitzichtloosheid, eenzaamheid, armoede, van angst een ander naast zich nodig. Niet omdat wij beter weten, maar omdat we sámen, met vier ogen, beter zien dan alléén, met twee vertroebelde ogen. Voor het verwerken van diep ingrijpende moeilijkheden  is ontmoeting belangrijk in een ruimte waarin alles mag bestaan onder de enige randvoorwaarde van wederzijds respect; waar aanvaarding heerst en vrijheid; waar niet wordt gemoraliseerd.Het Evangelie, het door Christus voorgeleefde leven, is onze inspiratiebron. Het Open Huis wil op bescheiden wijze navolging van Christus zijn.Dit is onze opdracht: ontmoeting en naastenliefde.Wij baseren ons niet op een bepaalde kerk, religieuze richting of op vastomlijnde leerstellingen. Het Open Huis is principieel een onafhankelijk initiatief op oecumenische grondslag. Voor Christus was ieder mens Kind van God, ongeacht (on)geloof, ras, geaardheid, gedrag, opleiding, sociale positie en omstandigheden. Dat is ons fundamenteel uitgangspunt. In het Evangelie ontdekken we niet primair een leer, maar vooral een wijze om in vertrouwen te leven en in godsvertrouwen de ander op open wijze te ontmoeten.Hoewel we ons verbonden weten met het Evangelie geloven we niet dat God zich alleen in ‘onze’ godsdiensten heeft meegedeeld. God heeft de veelvormige mensheid meerdere wegen en religieuze beelden geschonken. Op geen enkele wijze hebben we daarom een kerkelijke missionaire opdracht of  pogen we de ander tot het Christendom te brengen. Zijn unieke weg is voor ons heilig.Nadrukkelijk proberen we ons deze open grondhouding eigen te maken.We hopen gevoeliger te worden, meer ruimhartig, meer empathisch en liefdevol. Dat God ons hierbij moge helpen!  Paul oktober 2014